Posts tonen met het label user generated content. Alle posts tonen
Posts tonen met het label user generated content. Alle posts tonen

donderdag 13 mei 2010

#20 Grote en kleine geschiedenis

Footnote is leuk speelgoed. Hoewel het een door en door Amerikaans product is, zijn er ook over Europese en zelfs Nederlandse geschiedenis aardige dingen te vinden. Zoek maar 'ns op "Rotterdam" en "bombardment". Dat levert onder meer een transcript op van het verhoor van Hermann Göring voor het Neurenberg Tribunaal. Het nazi-kopstuk verklaart daarin dat de Duitse luchtaanval van 14 mei 1940 eigenlijk vrij bescheiden was geweest. De verwoestingen en het grote aantal slachtoffers was volgens hem vooral te wijten aan het laffe optreden van de brandweer. Tsja, je moet wat als de doodstraf je boven het hoofd hangt.

Het mooie is dat je dit soort documenten op Footnote niet alleen kan bekijken, maar dat je er ook van alles mee kan doen. Je kunt ze annoteren - wat eigenlijk wil zeggen dat je er metadata aan hangt - je kunt ze toevoegen aan je eigen pagina en er dan een verhaal bij schrijven en die pagina vervolgens koppelen aan andere pagina's. Allemaal functionaliteit die ook heel mooi zou passen in de denkbeeldige sociale netwerksite voor de geschiedenis van de Friese Zuidoosthoek, waar ik het eerder over had.

De documenten over Europa behoren tot de grote collectie gedigitaliseerde bestanden uit Amerikaanse archieven. Dat zijn allemaal stukken die betrekking hebben op Geschiedenis met een hoofdletter G: de keerpunten, de breukvlakken, de spreekwoordelijke ten days that shook the world. Maar ze brengen die gebeurtenissen soms zo dichtbij dat je ze bijna denkt te kunnen aanraken. De historische sensatie - in de betekenis die Johan Huizinga eraan gaf - is daardoor nooit ver weg. Daarom is het raar dat er relatief weinig met die documenten gedaan lijkt te worden. En wat ermee gedaan wordt, is afkomstig van steeds weer dezelfde personen.

Wat je daarentegen wel heel veel op Footnote aantreft is geschiedenis met een kleine "g", de petite histoire, de omgekeerde schoenendozen met familiekiekjes, pasfoto's, knipsels uit de plaatselijke krant, genealogische informatie, herinneringen. Begrijp me goed, er is helemaal niks mis met petite histoire. Maar het betekent wel dat een flink deel van de bronnen op Footnote zijn beoogde publiek niet bereikt. En dat is best iets om over na te denken.

In mijn ogen onderstreept dat nogmaals de stelling dat confectie niet werkt in deze branche, maar dat je maatwerk moet leveren: alleen díe bronnen waar je doelgroep behoefte aan heeft, en met dát gereedschap waar zíí mee uit de voeten kunnen.

vrijdag 19 maart 2010

#13 Via de voordeur of via de brievenbus?

Dat archieven iets met wiki's moeten is allang geen punt van discussie meer. Tal van instellingen zijn inmiddels bezig er eentje op te zetten, of denken er in elk geval over na. Wel een twistpunt is de vraag welke rol het publiek moeten krijgen bij het vullen van een wiki. Gooien we de deuren wagenwijd open en laten we iedereen min of meer z'n gang gaan? Of doen we de deuren juist op slot en verwijzen we iedereen die iets wil bijdragen naar onze brievenbus?

Belangrijkste argument om het publiek een beetje op afstand te houden is dat dit nodig is om de betrouwbaarheid te waarborgen. Wie herinnert zich tenslotte niet de verhalen over leden van de koninklijke familie die ongehinderd hun biografie in Wikipedia een beetje bijpoetsten? Voorstanders van de opendeurpolitiek werpen dan tegen dat dit soort ingrepen meestal snel worden gecorrigeerd door de wikigemeenschap. Dat kan heel eenvoudig omdat je op de geschiedenispagina van een lemma altijd kunt zien wie wat wanneer gewijzigd heeft. Bovendien weegt het nadeel van de matige betrouwbaarheid niet op tegen de voordelen: alleen dankzij de massale deelname van het publiek heeft Wikipedia kunnen uitgroeien tot wat het nu is - een van de meest geraadplaagde informatiebronnen ter wereld.

Een maandje geleden heeft het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis het Biografisch Portaal Nederland gelanceerd. Bij de opzet was betrouwbaarheid een belangrijke eis. Dus is het geen wiki geworden. "Vooralsnog willen wij op grond van onze deskundigheid het laatste woord hebben over de tekst en de informatie en deze niet aan het vrije spel der krachten overlaten", zei historicus J.C.H. Blom bij de opening. Dat standpunt kwam het ING te staan op een flinke schrobbering uit de hoek van Archief 2.0. Daar vind men de deskundigheid van het ING een onvoldoende waarborg voor betrouwbaarheid. Het lijkt erop dat Blom die kritiek zag aankomen, want in zijn toespraak maakte hij een knieval voor Wikipedia: "Wikipedia maakt wel op indrukwekkende wijze gebruik van deskundigheid van welke herkomst ook en heeft een heilzaam zelfreinigend vermogen. Ook wij zullen zeker gebruik gaan maken van mogelijkheden om elektronisch over de lexica en de lemmata van gedachten te wisselen en verbeteringen of aanvullingen uit te lokken." Het model van Wikipedia is kennelijk uitgegroeid tot een soort norm - een norm waaraan zelfs het ING niet ongestraft voorbij kan gaan.

De ironie wil dat men bij Wikipedia inmiddels wat lijkt te twijfelen aan de heilzaamheid van "het vrije spel der krachten". Vorig jaar besloot Wikipedia om redacteuren aan te stellen om manipulatie van lemma's over levende personen tegen te gaan. Bovendien kondigde de encyclopedie aan dat ze met kleurcodes de betrouwbaarheid van artikelen gaat aangeven. Fundamentele wijzigingen zijn dit natuurlijk niet, maar het duidt er wel op dat de uitersten wat naar elkaar groeien.

dinsdag 9 maart 2010

#11 Geen confectie, maar maatwerk

Wie denkt dat het op web 2.0 makkelijke scoren is, vergist zich. Zoveel is me inmiddels wel duidelijk. Web 2.0 is keihard werken. Heb je een blog, dan moet je regelmatig posten. Zit je op Flickr of YouTube, dan moet je flink je best doen om gevonden te worden. Zelfs dan is succes allerminst verzekerd.

Wat verstaan we eigenlijk onder succes op het sociale web? Bij sommige instellingen zijn ze tevreden als een x aantal mensen hun foto's op Flickr of filmpjes op YouTube bekijkt. Zelf meten we succes af aan het aantal verwijsbezoeken aan onze hoofdsite (en dat aantal is tot nu toe nog niet van dien aard dat we het woord succes al durven gebruiken). Maar als we afgaan op de oorspronkelijke belofte van web 2.0 dan is succes nog iets anders. Daarin draaide het immers om participatie, interactie, delen, samenwerken, user generated content en de wisdom of the crowds. Vertaald naar archiefinstellingen betekent dat dat bezoekers gaan meehelpen om de collecties (beter) te ontsluiten, bijvoorbeeld door beschrijvingen te corrigeren of aan te vullen, door objecten te taggen, of door documenten te transcriberen. Juist als het om dit soort zaken gaat, vallen de opbrengsten vooralsnog tegen. De users genereren betrekkelijk weinig content en als ze dat wel doen bevat het vaak teleurstellend weinig wisdom.

Natuurlijk zijn er ook 2.0-initiatieven die het op dat vlak wel goed doen. In archievenland is de Polar Bear Expedition een vaak aangehaald voorbeeld. Andere bekende succesverhalen zijn de Great War Archive en - wat verder van huis - Galaxy Zoo. Bij dat laatste project wordt de hulp van vrijwilligers gebruikt om sterrenstelsels te classificeren - en dat gaat blijkbaar uitstekend.

In het artikel Archives 2.0 If we build them will they come maakt Joy Palmer van de Universiteit van Manchester een aantal interessante opmerkingen over deze best practices. Zo wijst zij erop dat de fraaie resultaten van de Polar Bear Expedition mede komen doordat al een groep mensen met het bronnenmateriaal bezig was. 'In other words, this was not an Archives 2.0 project in search of a community – one already existed and became immediately engaged with the collections', aldus Palmer. Voor de Great War Archive en Galaxy Zoo gold dat niet. Die wisten een publiek voor zich te winnen door de drempel heel laag te houden en de deelnemers bovendien het gevoel te geven dat ze een waardevolle bijdrage leveren.

Volgens Palmer leren deze initiatieven dat succes op het web 2.0 vooral wordt bepaald door de mate waarin je bereid bent ruimte te geven aan je gebruikers: 'users should be treated as peer collaborators, intrinsic to the process of meaning-making, rather than outside interlopers (however welcome) who must be kept at arm's length from the authoritative record. De consequentie daarvan is dat je de controle moeten durven loslaten en accepteren dat jouw gebruikers dingen gaan doen met jouw materiaal die je niet van tevoren had verwacht. Je moet ook niet proberen jan en alleman te bereiken, maar je vooral richten op groepen mensen met een gedeelde interesse voor een bepaald onderwerp die hun kennis en expertise op dat gebied door voortdurende interactie willen verdiepen - zogenoemde communities of practice.

Het is een nogal abstract verhaal, maar ik meen te begrijpen waar ze heen wil. Een voorbeeld. Tresoar heeft een database met kentekenbewijzen die tussen 1906 en 1950 zijn uitgereikt in Friesland. Als bezoeker mag je daar commentaar achterlaten en ook foto's uploaden. Ik weet al een paar jaar dat in die database ook een kenteken zit van m'n opa. Maar tot ik met dit bericht aan de gang ging, voelde ik weinig behoefte er iets mee te doen. Gewoon teveel moeite: foto scannen in de juiste resolutie, e-mail schrijven aan de webmaster van Tresoar, uitleggen waar ik foto vandaan heb, wat erop staat - en dan vervolgens maar moeten afwachten of de webmaster genegen is die informatie te plaatsen. En waarvoor eigenlijk? Om bevestigd te krijgen dat de motor van mijn grootvader inderdaad een Indian Scout was, zoals in zijn notitieboekje staat? Lekker belangrijk!
Zou Tresoar een community oprichten rond de geschiedenis van de Zuidoosthoek, dan zou ik ongetwijfeld een stuk enthousiaster zijn. Wie m'n vorige bericht heeft gelezen weet waarom. Als ze dan ook nog zouden besluiten - om waar wat te noemen - de scans van het bevolkingsregister online te zetten, dan wil ik die van Hemrik of Bakkeveen misschien wel inkloppen in een database - helemaal als ik de ingevoerde gegevens zou mogen exporteren voor eigen gebruik.

Als dit verhaal hout snijdt, dan moeten archieven die werk willen maken van web 2.0 maatwerk gaan leveren: dus eerst bedenken welke communities of practice zij zouden willen bedienen en zich vervolgens afvragen welke bronnen ze aan hun beschibaar willen stellen en welke tools ze voor hun willen ontwikkelen. Nu wordt vaak de omgekeerde weg bewandeld.