Vorige week heeft Maarten van Rossem zich gevoegd bij het selecte gezelschap van bloggende historici. In zijn eerste bericht laat hij zijn licht schijnen over de verkiezingsuitslag van 9 juni. Zoals we van hem gewend zijn, gaat hij ferme uitspraken niet uit de weg. De beslissing van het CDA om nog een keer met Balkenende de verkiezingen in te gaan, noemt hij 'een kapitale fout'. Acht jaar op het pluche is meer dan genoeg. En dat de kiezer de liberalen op het schild heeft geheven, vindt hij 'onbegrijpelijk'. Het zijn immers de liberalen die 'ons de crisis hebben gebracht'.
Hoewel ik Van Rossem's tegendraadse meningen graag lees, was ik dit keer toch een beetje teleurgesteld. Dat kwam overigens niet eens zozeer door de inhoud, maar vooral door de vorm. Wat de Utrechtse historicus ons voorschotelt is een column die net zo goed in een krant of tijdschrift had kunnen staan. Een hyperlink tref je er niet in aan. Reageren kan wel. Maar de lezers die dat hebben gedaan, moeten het tot nu toe zonder antwoord stellen. Ik ben te streng - ik weet het. Het is misschien wel zijn eerste uitstapje naar dit medium. En dan is lof meer op zijn plaats.
Maar wat moeten we dan met die andere bloggende historici? Ook zij manifesteren zich namelijk vooral als columnisten. Sommige steken Van Rossem zelfs naar de kroon als het om ferme uitspraken gaat. Neem bijvoorbeeld de Amsterdamse historicus Willem Melching, die Annejet van Zijl verwijt dat ze de lezers van haar Bernhard-biografie trakteert op 'flauwekul' over Duitsland. Of NIOD-onderzoeker Madelon de Keizer, die Jan Blokker van 'dronkenmanspraat' beticht, omdat hij in een recensie de jubileumbundel van haar instituut onvoldoende recht zou hebben gedaan.
Dit is taal die je in een vaktijdschrift of een monografie niet zo gauw aantreft. Kennelijk zien de Nederlandse geschiedkundigen hun wetenschappelijke werk en hun activiteiten op internet als twee totaal verschillende dingen. Hier dus geen historici als Robert Darnton, die al sinds de jaren '90 nadenkt over wat webtechnologie zou kunnen betekenen voor de wetenschappelijke communicatie. Maar wat niet is, kan natuurlijk nog komen. Het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap speelt met de gedachte om van de eerbiedwaardige Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden een open access tijdschrift te maken. Het is denkbaar dat het wetenschappelijk debat zich daarna gedeeltelijk naar het web verplaatst. Ben benieuwd of de dames en heren dan steeds zulke ferme taal zullen bezigen.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten