Het afgelopen halfjaar heb ik geprobeerd wat meer zicht te krijgen op de mensen die gebruik maken van sociale media. Wat zijn dat voor lieden? Zijn dat mensen waarvoor wij als archief iets kunnen betekenen? En kunnen zij ook iets voor ons betekenen? Dat leek mij de hamvraag die je moet beantwoorden voordat je serieus - let wel: serieus - met sociale media aan de slag gaat. Je moet namelijk nogal wat overhoop halen als je het goed wilt doen.
Mijn indruk na 22 dingen is dat de traditionele bezoekers van het archief (genealogen, historici, etc.) nog weinig gebruik maken van sociale media - de stamboomfora uitgezonderd natuurlijk. Wie we daar wel veel tegenkomen zijn de pr- en communicatiedeskundigen, marketeers, informatieprofessionals, mensen die werkzaam in de culturele sector, fotografen, kunstenaars, tekstschrijvers - dat slag. Dat kunnen interessante doelgroepen zijn, mits we ze weten te interesseren voor het archief. Of dat enige kans van slagen heeft, kan ik na deze cursus nog niet zeggen, daarvoor was-ie toch te kort. We zullen dus nog even moeten doorexperimenteren, misschien door het openen van een Facebookpagina, zoals het Stadsarchief heeft gedaan.
Voor de communicatie met onze huidige doelgroepen hebben we volgens mij weinig aan Twitter, Flickr, LinkedIn en Facebook. Daarvoor blijven de website, digitale nieuwsbrieven, kranten, radio en televisie onmisbare media. Dat hoeft ons niet te hinderen als we onze website en databases willen optuigen met allerlei 2.0-tools. Alleen moeten we er dan wel goed over nadenken welke groep we precies willen bedienen en welke tool daar het best bij past. Anders liggen mislukkingen op de loer.
Jammer is dat niemand van het GAR zich gebogen heeft over de doelgroep scholieren en studenten. Ik heb een paar interessante eductieve toepassingen van sociale media gezien, zoals het Amerikaanse Twhistory, waarbij twitter wordt ingezet om kinderen over de Pioneer Trek te laten leren. Of de - enigszins omstreden - Facebookpagina van Henio Zytomirski, die door een herinneringscentrum in het Poolse Lublin wordt gebruikt bij een project over de Holocaust. Een ander voorbeeld is het live-bloggen over een historische gebeurtenis zoals de belegering van Quebec in 1759. Dit zijn stuk voor stuk initiatieven die wel een nadere beschouwing verdienen.
Een essayistische aanpak van 23 dingen was voor mij de manier om het leuk te houden. Braaf de voorgeschreven opdrachten uitvoeren, was me waarschijnlijk gauw gaan vervelen. Als je het principe eenmaal begrijpt, is het volgende ding algauw meer van hetzelfde. Keerzijde was dat de cursus me al met al behoorlijk wat tijd heeft gekost. Ik ben dan ook blij dat het nu klaar is. Kan ik weer eens een boek gaan lezen. En reken er niet op dat ik daar in Librarything of dit blog verslag van ga doen. Hoewel ... zeg nooit nooit.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

2 opmerkingen:
Gefeliciteerd ArtsgnoJ! Ik heb echt met heel veel plezier AL je berichten gelezen. Je academische achtergrond stond garant voor heel gedegen stukken, goed onderbouwd met verwijzingen. De aanpak die je daarvoor koos - essayistisch, zoals je het noemt - was bijzonder. Als ik kijk naar collega's van je, elders in het land, dan zijn Ton proeft het web en Anton's blog misschien aardig om eens te bekijken.
Je mening over de inzet van sociale media door het GAR heb je duidelijk verwoord. Maar denk je niet dat de opkomst van sociale media een dermate grote invloed zal krijgen in de komende jaren, op ALLE mogelijke vormen van dienstverlening in ALLE mogelijke branches, dat ook het archief een weg hierin zal moeten zien te vinden? Is het ook niet eenkwestie van een opschuivende generatie...m.a.w. de toekomstige bezoekers van het archief zullen WEL opgegroeid zijn met die sociale media. En dan kun je ervoor kiezen om af te wachten, kijken hoe anderen het ervan af brengen of volop erop inzetten (ik chargeer ;-)
Tot nu toe vind ik het eigenlijk best al goed hoe het GAR met Twitter, blogging en Flickr omgaan. Het is ook een kwestie van doorzetten en een kwestie van aanwezigheid op die plekken.
Afijn... ik heb van je stukken genoten, ik hoop dat je dit blog in elk geval ook laat staan als leesplek voor je collega's. Het is er boeiend genoeg voor, denk ik.
Tot morgen, tot ziens en bedankt voor je 'opvang' als ik bij jullie kwam!
Rob
Bedankt voor het compliment, ik ga er bijna van blozen ;-) Wat je vraag betreft: ik geloof zeker dat de opkomst van de sociale media van grote invloed zal zijn. Het opschuiven der generaties speelt daar zeker een rol bij. Maar op het web is alles nog zo in beweging dat het volgens mij onmogelijk is te voorspellen welke kant het opgaat. Applicaties komen en gaan, business modellen verschijnen en verdwijnen. Daarnaast zie je dat iedere sector zijn eigen keuzes maakt. Toevallige stuitte ik onlangs op wat publicaties over open onderzoek en verrijkte publicaties. Dat is ook heel erg web 2.0, maar dat wordt wel heel anders uitgewerkt. En dan hebben we het nog niet eens gehad over het semantisch web. De impact daarvan op archieven zou nog wel eens groter kunnen zijn dan die van sociale media. En wat te denken van de zogenoemde participation gap.
Overigens zie ik dit alles juist als een stimulans om de ontwikkelingen goed in de gaten te houden en ook om te blijven experimenteren (met twitter, flickr en dus misschien ook met facebook). En wie weet blijf ik zelfs wel bloggen op deze plek. Zo'n fenomeen als 'verrijkte publicaties' daar zou ik nog wel een beetje over willen doorfilosoferen.
Een reactie posten